|
Probleemstelling
Op (snel)wegen: bij wegeniswerken, filevorming,
stilstaande signalisatie- of interventievoertuigen, doen zich regelmatig
zware verkeersongevallen voor. Vaak rijden voertuigen (op een blijkbaar
onverklaarbare wijze) achterin op een file of op signalisatie-of
interventievoertuigen, niettegenstaande deze voertuigen voorzien zijn
van een overduidelijke signalisatie.
De oorzaak van deze ongevallen is echter heel
eenvoudig te verklaren. Er rijden duizenden voertuigen op onze snelwegen.
Elk voertuig, dat voorop een ander voertuig rijdt,
veroorzaakt zowel een verticale als een horizontale dode hoek voor de
chauffeur van het voertuig dat het andere volgt. Hoe groter het voorop rijdende voertuig
(vrachtwagen), hoe groter de dode hoeken.
Als er zich nu een stilstaand object op de snelweg
bevindt, ook al is dit object uitgerust met enorme signalisatieplaten en
tal van zwaailichten, blijft het in de dode hoeken onzichtbaar voor het achterop rijdende voertuig tot op het
laatste moment, het voorop rijdende voertuig van rijstrook verandert en
vervolgens plots het stilstaande object vanuit de dode hoek opduikt. De chauffeur van het 2de voertuig wordt
plotsklaps geconfronteerd met het stilstaande object dat zich op enkele
10-tallen meters voor hem bevindt …, hij rijdt 80 à 120 km per uur. Er is geen tijd om te reageren, een ongeval is
onvermijdelijk.
De chauffeur van het eerste voertuig
had dit stilstaande object reeds lang in zicht en maakte rustig
aanstalten om van rijstrook te veranderen. De tweede chauffeur echter
heeft absoluut geen weet van het stilstaande object en volgt instinctief
de voorligger. Als de voorligger de linker pinker aanzet en vervolgens
van rijstrook begint te veranderen, zal de tweede
chauffeur gevoelsmatig (met een inhaalbeweging in het achterhoofd) de
verkeersstroom blijven volgen en ook aan de inhaalbeweging beginnen op
het moment dat de voorligger reeds bijna op de andere rijstrook zit.
|